|
Research and development of ophthalmic surgical techniques |
|
|
tel +31 (0)10 297 4444, fax +31 (0)10 297 4440 |
|
Achtergrond informatie
Voor aandoeningen van het hoornvlies welke in aanmerking komen voor een operatie, wordt doorgaans een perforerende hoornvliestransplantatie verricht. Hierbij wordt een rond stukje weefsel centraal uit het hoornvlies van de 'ontvanger' geponst, en vervangen door 'donor' weefsel. Sinds ongeveer een halve eeuw is dit de standaard therapie, waarmee klinisch redelijke resultaten worden bereikt. Deze operatie kent echter verschillende nadelen, waarvan de belangrijkste hieronder staan genoemd:
Een deel van bovengenoemde complicaties na een perforerende hoornvliestransplantatie kan worden ondervangen door het verrichten van een lamellaire hoornvliestransplantatie. Hierbij wordt alleen een buitenste schil van het hoornvlies vervangen door donor weefsel. Deze operatie geeft minder astigmatisme (ei-vorm van het donor oppervlak) omdat het donor hoornvlies steunend op de ontvanger kan worden ingehecht. De hechtingen kunnen korter na de operatie worden verwijderd, bij het opengaan van de operatiewond blijft het oog gesloten, en ernstige vormen van afstoting treden niet op omdat de binnenste laag van het hoornvlies niet wordt vervangen.
Hoewel er vele technieken zijn beschreven, is de lamellaire hoornvliestransplantatie nooit populair geworden, omdat de technieken chirurgisch moeilijker en tijdrovender bleken dan een perforerende hoornvliestransplantatie. Daarbij trad soms door verlittekening een vertroebeling op van de overgang van donor-naar-ontvanger weefsel. Door het Nederlands Instituut voor Innovatieve Oogheelkundige Chirurgie werden in 1997 en 1998 twee operatietechnieken ontwikkeld voor lamellaire hoornvliestransplantatie, waarbij de techniek sterk werd vereenvoudigd, de kans op verlittekening afnam, en de voordelen van een lamellaire boven en perforerende hoornvliestransplantatie werden behouden: de diepe, anterieure lamellaire keratoplastiek (DALK) en een verfijning hiervan de visco-dissectie, anterieure lamellaire keratoplastiek (VALK).
Bij deze technieken wordt het gehele hoornvlies van de ontvanger verwijderd, behalve de uiterst binnnenste cellaag, m.a.w. de 'bodem' van het hoornvlies blijft intact. Hierdoor wordt de kans op complicaties in het oog tijdens de operatie sterk verminderd. Het donor weefsel wordt 'gedragen' door het ontvanger hoornvlies, wat in combinatie met een andere hechttechniek bijdraagt tot een vermindering van het astigmatisme (ei-vorm van het donor oppervlak). De gebruikte hechttechniek geeft minder problemen met de hechtingen na de operatie, en de hechtingen kunnen eerder worden verwijderd. Mocht onverhoopt de wond 'opengaan' na de operatie, dan blijft het oog gesloten, immers de 'bodem' van het ontvanger hoornvlies is intact gelaten. Om dezelfde reden kunnen ernstige vormen van afstoting niet optreden.
Samenvattend: Voor de patienten behandeld met een diepe, anterieure lamellaire keratoplastiek (DALK), zonder bijkomende pathologie, waren de resultaten na 6 maanden:
en na 12 maanden:
De diepe, anterieure lamellaire keratoplastiek (DALK), zoals ontwikkeld door het Nederlands Instituut voor Innovatieve Oogheelkundige Chirurgie wordt momenteel
wereldwijd verricht in meer dan 50 klinieken. In Nederland wordt de techniek
verricht in onderstaande klinieken:
Literatuur referenties
|