#
Netherlands Institute for Innovative Ocular Surgery
Research and development of ophthalmic surgical techniques
#
Laan Op Zuid 390, 3071 AA Rotterdam, The Netherlands
tel +31 (0)10 297 4444, fax +31 (0)10 297 4440

Home

About NIIOS

E-mail

 Links NIIOS website
 Home
 Patient information in Dutch
    Posterieure lamellaire keratoplastiek (PLK)
       Achtergrondinformatie
       Operatietechniek
       Klinische resultaten
       Klinieken
       Literatuur referenties
       Informed consent
 Scientific information on surgical techniques
 Surgical training
 Products and instruments

Spleetlampfoto na PLK


Posterieure lamellaire hoornvliestransplantatie (PLK)

Achtergrond informatie

Voor aandoeningen van het hoornvlies welke in aanmerking komen voor een operatie, wordt doorgaans een perforerende hoornvliestransplantatie verricht. Hierbij wordt een rond stukje weefsel centraal uit het hoornvlies van de 'ontvanger' geponst, en vervangen door 'donor' weefsel. Sinds ongeveer een halve eeuw is dit de standaard therapie, waarmee klinisch redelijke resultaten worden bereikt. Deze operatie kent echter verschillende nadelen, waarvan de belangrijkste hieronder staan genoemd:

  • Postoperatief astigmatisme.
    Een 'ei-vorm' van het donor weefsel oppervlak is een veel voorkomende complicatie na een perforerende hoornvliestransplantatie. Het blijkt in de praktijk vrijwel onmogelijk om het stukje donor hoornvlies zo in te hechten dat alle hechtingen een gelijke spanning en steek grootte hebben, op gelijke diepte zitten, etc. Vaak is het oppervlak van het donor hoornvlies onregelmatig, en veroorzaakt het 'irregulaire astigmatisme' een verminderde gezichtsscherpte. Immers, het irregulaire oppervlak geeft geen goed brekend vermogen van het oog. Het invallend licht wordt niet netjes geprojecteerd op het netvlies, waardoor de ontvanger 'wazig' ziet. Deze verminderde gezichtsscherpte kan doorgaans alleen met een contact lens, maar niet met een bril worden gecorrigeerd.

  • Hechting gerelateerde complicaties.
    Het donor hoornvlies wordt vastgezet met kleine hechtingen, die pas kunnen worden verwijderd nadat voldoende wondgenezing is opgetreden, en dit vergt minimaal 1 jaar. Door verschillende oorzaken kunnen de hechtingen, door het lichaam gezien als 'lichaamsvreemde voorwerpen', gaan loszitten. En een loszittende hechting kan een cascade van problemen veroorzaken, van een persisterend slijmvliesdefect, een steriele ontsteking, een geinfecteerd zweertje, tot een infectie in het oog. Mede omdat de hechtingen zolang moeten blijven zitten, geven hechtingen frequent problemen na een perforerende hoornvliestransplantatie.

  • Onvoldoende wondgenezing
    In het algemeen kan men stellen dat het weefsel in het gebied van een chirurgische wond nooit zo sterk wordt als het oorspronkelijke hoornvliesweefsel. Relatief vaak ziet men dan ook dat de wond van een hoornvliestransplantaat 'openscheurt' na een klein trauma. Bij een perforerende hoornvliestransplantatie, waarbij het hoornvlies over de gehele dikte is vervangen, ligt het oog dan open, waarbij het risico aanwezig is van een infectie van het gehele oog.

  • Afstoting van het donorweefsel
    De binnenste cellaag van het hoornvlies houdt het hoornvlies helder. Na een perforerende hoornvliestransplantatie kan de binnenste cellaag door het afweersysteem van de ontvanger worden herkend als lichaamsvreemd, en kan een niet-omkeerbare afstoting optreden. Dit kan gebeuren kort na de operatie, maar ook tot tientallen jaren daarna.


Operatietechniek

Door het Nederlands Instituut voor Innovatieve Oogheelkundige Chirurgie werd tussen 1994 en 1998 een operatietechniek ontwikkeld voor posterieure lamellaire hoornvliestransplantatie, waarmee een deel van bovengenoemde complicaties na een perforerende hoornvliestransplantatie kan worden ondervangen.

Bij deze techniek blijft het gehele hoornvlies van de ontvanger intact, en wordt alleen de uiterst binnnenste cellaag, m.a.w. de 'bodem' van het hoornvlies verwijderd. Hierdoor wordt de kans op complicaties na de operatie sterk verminderd. Deze operatie geeft weinig astigmatisme (ei-vorm van het donor oppervlak) omdat buitenoppervlak van het hoornvlies van de ontvanger intact. Er worden bij de procedure geen hechtingen gebruikt, zodat geen hechting-gerelateerde complicaties kunnen optreden. Om het donor weefsel te kunnen implanteren wordt alleen een kleine, 5.0 mm sclerale incisie gemaakt, die doorgaans een goede en snelle wondgenezing vertoont. De kansen op een afstoting treden zijn waarschijnlijk gelijk met die van een perforerende hoornvliestransplantatie.

Samenvattend:
1. de operatietechniek is veiliger,
2. er bestaat een verminderde kans op korte en lange termijn complicaties,
3. de klinische resultaten zijn gemiddeld genomen beter zijn dan na een perforerende hoornvliestransplantatie (huidige standaard),
4. en de techniek vergt, gezien bovenstaande, minder nabehandeling en controles.


Klinische resultaten

Voor de patienten behandeld met een posterieure lamellaire keratoplastiek, zonder bijkomende pathologie, waren de resultaten na 6-12 maanden:

Gezichtsscherpte: 0.25 tot 1.0 (bij 2 ogen bestond een pre-existente macula afwijking)
Astigmatisme: 1.5 D ± 0.8 D
Pachymetrie: 0.49 mm ± 0.09 mm
Endotheelcel tellingen: 2520 cells/mm2 ± 340 cells/mm2


Klinieken

De posterieure lamellaire keratoplastiek (PLK), zoals ontwikkeld door het Nederlands Instituut voor Innovatieve Oogheelkundige Chirurgie wordt momenteel wereldwijd verricht in meer dan 10 klinieken. In Nederland wordt de techniek verricht in het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam.


Literatuur referenties